Subsidie-perikelen Muziekonderwijs in het Gooi.
Muziekschool voor Gooi en Vechtstreek (MGV)
Van 1970 tot en met 1995 subsidieerden de gemeenten Bussum, Huizen, Naarden en Muiden gezamenlijk het muziekonderwijs in de regio Gooi-Noord. Via de ‘Muziekschool voor Gooi en Vechtstreek’ (MGV) gaven tot 1995 circa 45 docenten muziekles aan circa 1200 leerlingen in vier gemeenten.
De docenten waren aangesteld als gemeente-ambtenaar in deeltijd. Daarnaast waren er consulenten die het muziekonderwijs op de basisscholen ondersteunden. Gezamenlijk werden er wekelijks circa 300 lesuren muziekles gegeven op zes locaties in de vier betrokken gemeenten, en op een 20-tal basisscholen. Het grootste gedeelte van de lessen was ‘klassiek’ gericht. Met mijn saxofoonlessen en big-band vormde ik daarop -samen met enkele collega’s- een uitzondering. De overhead van de MGV bestond uit vijf personen, gezamenlijk circa 120 klokuren per week werkzaam. De totale kosten bedroegen jaarlijks ± NLG 2.000.000,=. Daarvan werd ± NLG 800.000,= opgebracht uit lesgelden. Het overige, ± NLG 1.200.000,=, (±60%) werd gesubsidieerd. De subsidiërende gemeenten droegen bij naar rato van hun aantallen leerlingen.
In 1993 was ik als voorzitter van de docentenraad van de MGV nauw betrokken bij besprekingen die de subsidiestroom naar het muziekonderwijs moesten beperken. Toen was ik, net zoals nu, van mening dat kwalitatief hoogwaardig muziekonderwijs onmogelijk kan bestaan zonder financiele steun van overheden.
In 1995 besloten de gemeenteraden van de betrokken gemeenten de subsidies stop te zetten en de MGV op te heffen. Protesten van personeel, vakorganisaties, ouders en leerlingen werden afgewezen. Alternatieve voorstellen en plannen -zoals een door de gemeentes begeleide privatisering, gecombineerd met een volstrekt andere onderwijsmethode- werden door de gemeenten niet gehonoreerd. De MGV strandde op de politieke wil om de rechtspositie van het personeel op te heffen. Onder lokale politici bestond -een enkele uitzondering van Groen Links of PvdA uitgezonderd- geen enkele behoefte om creatief mee te denken met het werkveld. Groepen docenten werden zelfs tegen elkaar uitgespeeld. De politiek redeneerde uitsluitend financieel. Over ‘cultuurbeleid’ hebben we het nooit kunnen hebben. Op dat moment was de MGV het grootste instituut voor muziekonderwijs dat in Nederland ooit werd opgeheven. Met die opheffing werd een belangrijk deel van de opgebouwde ervaring in cultuur-overdracht vernietigd.
De Nieuwe Muziekschool, facilitair bedrijf
Toen in 1995 duidelijk werd dat het gesubsidieerd muziekonderwijs in Gooi en Vechtstreek zou worden opgeheven, nam ik, samen met enkele docenten en ouders van leerlingen, het initiatief tot de Stichting ‘De Nieuwe Muziekschool’ (DNM), een ‘bedrijvencentrum voor muziekdocenten’ dat het muziekonderwijs in de regio zou moeten voortzetten. Het idee hierachter was, dat de per 1 januari 1996 ontslagen docenten hun lespraktijken, onder de koepel van DNM, als zelfstandig ondernemer zouden kunnen voortzetten. DNM leverde aan deze ondernemers de randvoorwaarden en faciliteiten, zoals lesruimtes, instrumenten, management, publiciteit, een centrale administratie en begeleiding bij het ondernemerschap van docenten.
Subsidieaanvraag
Teneinde deze randvoorwaarden en faciliteiten te kunnen leveren vroeg DNM aan de betrokken gemeenten een (start-)subsidie, alsmede het beschikbaar stellen van betaalbare huisvesting. De gevraagde subsidies bedroegen ongeveer 35% van de oude subsidies. De veronderstelling was dat DNM een periode van tien jaar nodig zou hebben om grotendeels zelfstandig te kunnen draaien. Daarom werd een subsidie gevraagd die in tien jaar tijd zou ‘afbouwen’ van NLG 400.000,= in 1996 naar een ‘vast’ basisbedrag van ± NLG 150.000,= in 2006 en de volgende jaren.
Besparing op de wachtgeldsom
Aangezien de meeste oud-docenten van plan waren om via DNM hun lespraktijk voort te zetten, zou op deze wijze een aanmerkelijk deel van de wachtgeldsom van NLG 8.500.000,= bespaard kunnen worden.
Subsidieaanvraag afgewezen
Aanvankelijk bestond er met de gemeenten overeenstemming over financiële ondersteuning. Er werd zelfs onderhandeld over huisvesting die de gemeente Bussum ter beschikking zou stellen. Augustus 1995 trokken de gemeenten zich onverwacht uit de onderhandelingen terug. De mondelinge afspraken over financiële ondersteuning werden teruggedraaid. Het argument van de gemeenten was dat zij geen vertrouwen hadden in financiële ondersteuning van DNM, in combinatie met de wachtgeldregeling.
Start zonder subsidie
Ondanks het uitblijven van gemeentelijke steun startte DNM per 1 januari 1996. Ongeveer 70% van de ontslagen docenten werkte aan dit initiatief mee. DNM startte met circa 600 leerlingen en 32 docenten. De oude, afgeschreven inboedel van de MGV ging ‘om niet’ over naar DNM. Een aantal oude en afgeschreven muziekinstrumenten waaronder piano’s werd -met hulp van de RABObank- voor NLG 20.000,= van de gemeenten ‘gekocht’. (Dat vind ik nog steeds een enorme gotspe!)
Huisvestingsproblematiek
Een hopeloze ‘verhuistocht’ langs afbraak-scholen en anti-kraakpanden begon.
Er werd voor een periode van één seizoen onderdak gevonden in een tot woningen te renoveren schoolgebouw. Een voorstel van DNM voor gedeeltelijke gemeentelijke financiering van nieuwbouw op een braakliggend terrein nabij de Maria-MAVO werd door de gemeente Bussum afgewezen. In 1997 verhuisde DNM naar het voormalige Florens-college te Naarden. Sinds 1999 maakt DNM -na schooltijd- gebruik van het Willem de Zwijger-College te Bussum. M.i.v. zomer 2006 beindigt het Willem de Zwijger-College het huurkontrakt. Dan staat DNM opnieuw op straat, zonder voldoende middelen voor geschikte nieuwe huisvesting.
Saxofoonschool Luc van Gessel onder koepel DNM
Net zoals de andere docenten van DNM startte ik in 1996 met mijn eigen privé-onderneming: ‘Saxofoonschool Luc van Gessel’. maar in tegenstelling tot de andere docenten bleek ik het ondernemerschap in de vingers te hebben. En zo groeide mijn Saxofoonschool tussen 1996 en 1999 van 18 naar ruim 40 wekelijkse klokuren. De klant was duidelijk enthousiast over het nieuwe onderwijsconcept. Met behulp van moderne leermiddelen zoals computers, audio en video werden Jazz en popmuziek op een ‘andere’ wijze belicht. Individuele lessen werden gecombineerd met samenspel in één van mijn vier bigbands. bovendien was saxofoon in die tijd een populair instrument. Op de golf van Candy Dulfer liftte ik mee. Met de groei van de Saxofoonschool ontstond binnen DNM een onevenwichtige situatie. Mijn Saxofoonschool groeide te snel ten opzichte van de andere ondernemingen bij DNM. De andere docenten investeerden niet gelijkelijk, financieel en in energie en tijd, zoals ik dat deed. Bovendien nam ik als mede-oprichter, bestuurslid en directeur, én als grootste ondernemer, teveel posities in. Daarom verliet ik in 1999 DNM. ik vestigde mijn ‘Muziekcentrum’ op station Naarden-Bussum.
Muziekcentrum Luc van Gessel
Muziekcentrum Luc van Gessel is sinds 1999 gegroeid naar een volwaardig instituut voor onderwijs in Jazz en Popmuziek. Jaarlijks volgen circa 320 leerlingen dit onderwijs: kinderen én volwassenen, als instrumentale of vocale leerling, individueel of in groepsverband, of in een (big)-band of cursus. de instrumenten waarop les gegeven wordt zijn in grote lijnen die die in een Jazz- of pop-band voorkomen. De 14 docenten zijn allen gediplomeerd en gespecialiseerd in het geven van onderwijs Lichte Muziek. Wij realiseren dit muziekonderwijs zónder steun van de overheid, en zonder substantiele sponsoring. De lesgelden zijn onze enige inkomstenbron. Onze tarieven zijn, ten opzichte van de in 1995 gesubsidieerde situatie, noodzakelijkerwijs met circa 130% gestegen. Terwijl deze tarieven voor de klant ‘gevoelsmatig hoog’ zijn, leveren zij een budget op dat slechts 65% bedraagt van het budget van gesubsidieerde muziekscholen. Ons budget voor 2005 was ongeveer even groot als het gesubsidieerde budget in 1995 !!! Dat is absoluut te weinig om een conventionele muziekschool in stand te houden.
Overleven met een krap budget
Daarom hebben wij sinds 1999 ons dienstenpakket maximaal vereenvoudigd, gestroomlijnd en geautomatiseerd. De overheadkosten, de kosten voor administratie, organisatie, huur en management, zijn tot het absolute minimum teruggebracht. Het personeel werkt circa 25% ónder het niveau van de CAO-Kunstzinnige vorming. Er is nauwelijks geld beschikbaar om te investeren in nieuwe leermiddelen.
Terwijl onze tarieven allang het plafond van onze klanten hebben bereikt, blijft ons budget tč krap. Ten opzichte van een gezond bedrijf ‘missen’ wij circa 35% budget.
Desondanks zijn wij met deze muziekschool in ‘afgeslankte vorm’ in staat om kwalitatief hoogwaardig en swingend muziekonderwijs te bieden, dat de vergelijking met gesubsidieerd muziekonderwijs glansrijk doorstaat.
Conclusie
Met heel veel energie, inspanning en enthousiasme is het gelukt om muziekonderwijs in Gooi-Noord in een geprivatiseerde vorm voort te zetten. De gemeenten hebben dit initiatief nooit ondersteund of begeleid. De relatieve welvarendheid van het Gooi biedt de mogelijkheid om tamelijk hoge tarieven te vragen. Maar ondanks die hoge tarieven blijft het armoede troef.
